Door Stent-man

 

Laatst, op een druilerige vrije zondagmiddag, sloeg ik een stoffige map met oude publicaties en brieven van mijn opa open. Mijn opa was chirurg in de jaren ‘50 en ‘60 van de vorige eeuw in het Bergweg Ziekenhuis in Rotterdam en hij opereerde in die tijd alles wat er maar te opereren viel. Ik ging, eenentwintigste-eeuws gedifferentieerd als ik inmiddels ben, op zoek naar stukjes over de vaatchirurgie. En wat schetste mijn verbazing: l’histoire se répète! Wat was het geval? Een paar weken geleden ben ik tijdens een femoro-popliteale-bypass-operatie naar een tegenovergelegen OK geroepen, omdat onze oncologisch chirurg in de weer was met een rectumtumor die leek ingegroeid in de iliacale vaten. Voor dit probleem gesteld, verzonnen we chirurgentypisch een oplossing: ik zou de arterie proximaal van de tumor teugelen, zodat de oncologisch chirurg deze kon aantrekken indien het hard zou gaan bloeden. Vervolgens was het ons plan om, na resectie van de tumor, een interponaat aan te leggen.

In het NTVG van 23 januari 1954 vond ik het verslag van een operatie door mijn opa van mei 1952. Hij opereerde een 43-jarige melkboer met buikklachten en schreef:  “Links boven in de buik bevond zich een zwelling ter grootte van een jaffa-appel...” (in die tijd importeerden we die zuidvruchten voornamelijk uit Israël - vandaar).  Peroperatief bleek dit een retroperitoneale cysteuze tumor omgeven door een zeer vast ontstekingsinfiltraat, waarin de aorta was opgenomen. Mijn opa ging over tot de behandeling: “Op het oogenblik, dat de cyste was verwijderd en het operatieterrein voor het eerst goed kon worden overzien, werd duidelijk, dat een fout was begaan, die zich catastrophaal liet aanzien! De aorta bleek liefst op twee plaatsen te zijn afgebonden; een stuk ter lengte van 2,5 cm, dat muurvast met de tumor was vergroeid, werd mede geëxtirpeerd!”

De spanning in de operatiekamer liep hoog op; u moet zich immers realiseren dat dit de tijd was waarin protheses nog niet bestonden. Mijn opa: “Ik behoef u het dramatische van deze ontdekking niet te schetsen. De emoties, die een operateur bestormen bij de ontdekking van zulk een ongeluk, zoo ondenkbaar, dat hij de moogelijkheid ervan vijf minuten eerder als volslagen phantastisch en absurd zou hebben verworpen, kunt U zich indenken.” Onmiddellijk belde mijn opa per zwarte draaischijf-telefoon met professor Nuboer uit Utrecht, die zéér toevallig een formaline geconserveerde menselijke aorta ter beschikking had. En die werd vervolgens per spoedkoerier naar Rotterdam gebracht. Het transplantaat werd als interponaat ingehecht. Zo’n transplantatie van de abdominale aorta was tot op dat moment slechts drie keer eerder verricht in de wereld. De patiënt hervatte zijn werk als melkboer, maar overleed later aan wervelmetastasen.

Een jaar geleden stond ik te opereren in het Vlietland Ziekenhuis te Schiedam. De instrumenterende heette Irma. Ze vertelde dat ze bijna met pensioen ging. Ze vroeg me of mijn opa ook chirurg was, en wat bleek? Ze had samen met hem  geopereerd. De volgende dag kwam ze met een album op de proppen vol met zwart-wit foto’s van OK-zusters met prachtige korte rokjes. Op een foto stond ze in zo’n rokje naast mijn opa aan tafel, die er zelf in zijn operatiekleding uitzag als de paus zonder Tiara. Toen we na deze fotosessie weer begonnen waren met opereren, begint het plotseling te bloeden. Ik: “Verdomme!” Met een vinger op het gat vroeg ik haar hoe mijn opa eigenlijk was op de OK? Zij: ”Ach, … nooit een onvertogen woord ...”